Primoz Roglic

Sloveense hardrijder Primoz Roglic mag dromen van eindwinst in de Giro

Met zeges in de UAE Tour en Tirreno-Adriatico bewees Primoz Roglic dat hij in 2019 opnieuw enkele stappen vooruit heeft gezet. Vorig jaar eindigde hij vierde in de Ronde van Frankrijk, dit seizoen droomt hij van de roze trui. “Maar het ultieme doel is eindwinst in de Tour de France”, zegt hij resoluut. “Al wil ik geen stappen overslaan. Eerst waag ik mijn kans in Italië en wil ik zien wat ik waard ben.

Wie het wielrennen een beetje volgt, weet dat Primoz Roglic een aparte voorgeschiedenis met zich meedraagt. Voor de Sloveen begon te fietsen, was hij een meer dan verdienstelijk schansspringer. Een zware crash in Planica in 2007 betekende echter het begin van het einde van zijn eerste topsportcarrière. Roglic sprong voordien heel wat mooie resultaten bij elkaar, behaalde zelfs enkele medailles op wereldkampioenschappen bij de jeugd en wilde de beste schansspringer ter wereld worden. Helaas leverde die beruchte tuimelperte hem een gebroken neus en een zware hersenschudding op. Hij trainde wel nog verder, maar haalde nooit meer zijn oude niveau en kreeg af te rekenen met knieproblemen. 21 was hij toen. Jarenlang was hij een wereldtopper, maar plots kwam daar een eind aan. Roglic wilde liever niet aanmodderen in de middenmoot.

De Sloveen ontdekte het wielrennen in 2012 en knokte zich beetje bij beetje naar de top. Eerst bij het bescheiden Adria Mobil in 2013, waar hij drie jaar bleef en enkele kleinere wedstrijden won, waaronder ritten in de Ronde van Azerbeidzjan en de Ronde van Slovenië.

Vervolgens werd hij ontdekt door Team LottoNL-Jumbo. De Nederlandse formatie nam Roglic in 2016 onder haar vleugels, en sindsdien rijgt hij de successen aan elkaar. Hij won een rit in de Giro van 2016 en brak een jaar later definitief door, met een knappe etappezege in de Tour de France als hoogtepunt een magistrale solo in de loodzware Alpenrit naar Serre-Chevalier, waarbij hij onderweg fors uitpakte op de Galibier. In 2018 lanceerde Roglic zichzelf ook als klassementsrenner door de Ronde van het Baskenland, de Ronde van Romandië en de Ronde van Slovenië op zijn naam te schrijven. In de Tour knalde hij opnieuw naar een ritzege en viel hij nipt naast het podium.

Geen revanchegevoelens na de Tour

Kortom: Roglic is niet bepaald een eendagsvlieg en gaat dit jaar gewoon door op zijn elan. In de UAE Tour, zijn eerste rittenkoers van het seizoen, reed hij autoritair naar de eindzege. In Tirreno-Adriatico won hij met het kleinste verschil — amper 1 seconde — door toe te slaan in de slottijdrit naar San Benedetto del Tronto en Adam Yates alsnog uit de blauwe leiderstrui te fietsen. Een mooi seizoensbegin voor de talentrijke Sloveen, maar hét hoofddoel is de Giro.

“Hij wordt een taaie klant”, moest Tom Dumoulin zowel in de UAE Tour als in Tirreno-Adriatico vaststellen. “Primoz toont echt grote klasse en was vorig jaar al erg goed tot en met de Tour. Wellicht zal dat nu niet anders zijn.”

Opvallend is dat Roglic pas aan zijn vierde jaar in de WorldTour bezig is. In het schansspringen was hij het letterlijk en figuurlijk gewend om grote sprongen te maken, en in het wielrennen blijkt dat niet anders te zijn. Jaar na jaar maakt hij progressie. “lk wil gewoon de beste zijn in wat ik doe”, zegt hij. “Daar heb ik altijd al van gedroomd. Toen het me niet meer lukte om met de besten te wedijveren in het schansspringen, ging ik op zoek naar iets nieuws. lk merkte al snel dat fietsen me lag. Mijn overwinningen motiveren me om hard te blijven werken.”

Laten we allereerst nog even terugblikken op 2018. Wat heb je vorig seizoen geleerd?
“lk leer bij in elke koers die ik rijd. Het plan was om in 2018 te mikken op de eindzege in rittenkoersen van één week. Het deed me veel plezier dat me dat ook gelukt is. Bovendien reed ik ook nog een sterke Tour — een inspanning van drie weken, waarbij ik tot het einde meedeed met de besten.”

In die Tour won je de negentiende etappe naar Laruns, de laatste Pyreneeënrit, waardoor je naar de derde plaats in het klassement sprong. Uiteindelijk viel je daags nadien van het podium door (slechts) achtste te worden in de tijdrit. Was dat een grote ontgoocheling?
“Ja en nee. In eerste instantie was ik teleurgesteld, maar in Parijs kon ik dat alweer in perspectief plaatsen. lk verlies het podium door toedoen van een renner die al vier keer de Tour won (Chris Froome, red.), dus zo’n schande is dat nu ook weer niet. Hij kan terugvallen op tonnen ervaring en weet dus perfect hoe hij zo’n lange rittenkoers moet aanpakken, terwijl ik nog maar aan mijn tweede Tour bezig was. lk onthoud vooral het positieve uit die Tour, namelijk dat mijn vierde plek toekomstperspectieven biedt.

lk leerde dat ik mag dromen van meer ik met veel ambitie naar de Giro trek vierde grote ronde. Ik wil geen stappen overslaan. Het is realistischer om dit jaar vol op de Giro te mikken. Nadien wordt de Tour de grootste uitdaging in mijn carrière.

Je had ook kunnen stellen: ik mik op revanche in de Tour na het missen van die podiumplek …
“Nee, dat revanchegevoel overheerst niet. Het was zelfs een vrij gemakkelijke beslissing. De Giro d’Italia telt drie individuele tijdritten, dus dat pleit zeker in mijn voordeel. Bovendien ben ik Sloveen en grenst Italië aan mijn thuisland. Dit is gewoon een zeer interessante wedstrijd voor mij. Zoals ik al zei: ik wil geen stappen overslaan in mijn carrière. Het is de eerste keer dat ik als onbetwiste kopman van een team naar een grote ronde trek, dus ik kijk er enorm naar uit.

Interessant leerproces

Tijdens de Tour van vorig jaar moest je Dylan Groenewegen en Steven Kruijswijk naast je dulden, nu ben je het enige speerpunt. Maakt dat kopmanschap een groot verschil voor jou?
“Vast en zeker. Het is de eerste keer dat ik zo’n kans krijg. In kleinere rittenkoersen was ik al vaker dé kopman, maar nu zal ik dat statuut drie weken dragen. Dat bevalt me wel. Het team zal me door dik en dun steunen, dus het is aan mij om hun harde werk te verzilveren. Het wordt een stevige uitdaging, maar dat motiveert me alleen maar om het goed te doen. lk put daar kracht uit.”

De druk zal groot zijn. Maakt jou dat niet nerveus?
“(twijfelt even) Waarom? Eigenlijk niet, het maakt ook niet uit of ik derde, eerste of vijfde word in de Giro. Het is vooral een leerproces. We willen zien hoe ver ik kan komen als kopman en willen als team gewoon goed presteren.”

Maar mikken jullie dan niet voluit op die eindzege? Je lijkt de druk nu af te houden?
“Als je ergens aan de start staat, wil je natuurlijk altijd winnen, maar ik ben nu niet bezig met die eindzege. lk ga mijn best doen en zal me samen met de ploeg elke dag 110 procent geven. Als we er voluit voor gegaan zijn, maakt het op zich niet uit welke plaats ik bezet en zal ik hoe dan ook blij zijn aan het eind van de Giro. lk zal vooral ook veel geleerd hebben.”

Bij je eerste deelname aan de Giro, in 2016, verloor je de openingstijdrit met tweeëntwintig duizendste van een seconde van Tom Dumoulin. Ook nu begint de Giro met een tijdrit. Speelt dat nog in je hoofd?
“Ja en nee, want de volgende tijdrit in die Giro won ik dan weer wel”, zegt hij lachend. “Het was jammer dat ik de roze trui op een haar na miste, maar het was pas mijn eerste grote ronde, dus winnen zou zeer straf geweest zijn. Drie jaar geleden was het verschil minimaal, maar ik weet dat ik nu sterker ben, dus dat geeft me het nodige vertrouwen. Bovendien heb ik sindsdien al heel wat tijdritten gewonnen. We zullen zien hoe het ditmaal loopt … In tijdritten zijn het vaak details die het verschil maken. Je moet niet alleen fysiek de beste zijn, maar moet al die details tot in de puntjes beheersen om de overwinning te pakken.”

Je kan alleszins terugvallen op de expertise van een viervoudige wereldkampioen tijdrijden, want niemand minder dan Tony Martin kwam jullie ploeg deze winter versterken. Steek je veel van hem op?
“Hij was zelfs mijn ‘roomie’ in de UAE Tour. Hij was of is een van de beste tijdrijders ooit, is vriendelijk en zeer behulpzaam. Als ik iets wil weten, dan helpt hij me altijd.”

Keek je naar hem op toen je klein was?
“Nee. lk heb vijftien jaar aan schansspringen gedaan en volgde het wielrennen eigenlijk helemaal niet. lk wilde wereldkampioen worden in het ‘ski jumpen’. Dat was mijn droom.”

Je keek zelfs niet naar de koers?
“Neen, totaal niet. Het leefde niet bij mij. Maar nu ben ik een wielrenner, 100 procent en zeer toegewijd. lk probeer ook nog zo veel mogelijk te stelen met de ogen niet alleen bij mijn ploegmaats, maar eveneens bij andere renners. Al wil ik geen kopie zijn van anderen en wil ik vooral mezelf blijven. lk ben bijvoorbeeld geen pure tijdrijder.”

Nochtans boekte je je eerste overwinningen op WorldTour-niveau vooral in tijdritten. Vind je dat eigenlijk leuk? Of heb je er zoals veel renners een haat-liefdeverhouding mee?
“lk hou er niet echt van, maar anderzijds weet ik dat ik het goed kan. Dus als ik kan vechten en kan winnen, dan doe ik wel het graag”, zegt hij lachend. “Die wetenschap dat je voor de zege kan strijden, geeft dat tikkeltje extra motivatie om jezelf pijn te doen op training. Anders kan die wel heel lang duren … Het tijdrijden is een speciale discipline, die veel van een renner vergt. Maar als je een klassementsrenner wil worden, dan moet je dat tijdrijden ook beheersen. Zo simpel is het.”

Verschil maken met details

De Giro van 2016 was je eerste grote ronde. Wat is het verschil met de Primoz van toen?
“Ten eerste was het een ongelooflijk harde wedstrijd. lk heb er veel van opgestoken. lk reed toen met Steven Kruijswijk in de ploeg, en we kwamen heel dicht bij de eindzege (de Nederlander droeg het roze, maar viel spectaculair in de op twee na laatste etappe en verspeelde zo zijn leiderstrui, red.). We grepen er jammer genoeg net naast, maar het was een ongelooflijke ervaring. Het was zo’n rollercoaster! Als ik er nu op terugkijk, was dat mijn zwaarste grote ronde ooit. lk ben logischerwijs niet meer dezelfde renner als toen. lk heb intussen enorm veel stappen vooruit gezet. Ik ben niet alleen beter geworden op fysiek vlak, maar heb ook geleerd hoe je in een peloton moet rijden, waar je energie kan en moet sparen, hoe je tegen je rivalen moet strijden, op welk moment je moet aanvallen en wanneer niet.

Je maakt geen kleine stappen, maar grote sprongen. Gaat het niet wat snel?
“Dat lijkt misschien zo, maar zelf heb ik dat gevoel niet en zie ik het als een geleidelijk proces. Toen ik de fiets ontdekte, droomde ik ervan om een van de beste renners ter wereld te worden. Dat wil iedereen die begint te koersen, toch? lk ben ambitieus, altijd al geweest, en ben dan ook trots dat ik kan meestrijden voor de grote zeges en dat ik mijn mannetje kan staan. Dat prikkelt me om elke training mijn grenzen te verleggen. Bovendien groeit de ploeg met me mee. Dat vind ik ook fijn om vast te stellen.”

In welke opzichten kan je nog verbeteren?
“lk denk dat ik in alles nog een beetje beter kan en moet worden. Het gaat om kleine dingen. Het is niet dat ik nu zo’n slechte renner ben (grapt). lk lever al strijd tegen de beste jongens, terwijl ik nog maar aan mijn vierde seizoen in de WorldTour bezig ben. Maar ik ben tegelijkertijd ook realistisch. Zo’n grote sprongen als de voorbije jaren zullen er allicht niet meer inzitten. Het zullen details zijn waarmee ik het verschil moet maken. lk ben er alleszins van overtuigd dat ik nog steeds progressiemarge heb. Dat blijft mijn grootste uitdaging: beter klimmen, drie weken lang top zijn … Daarvoor spring ik ’s ochtends uit bed en kruip ik elke dag op de fiets. Altijd maar beter willen doen.”

Zoals eerder gezegd, word je de enige kopman in de Giro. Wat voor leider ben je? Iemand die op tafel klopt of altijd rustig blijft?
“Ook op dat vlak leer ik nog elke dag bij. lk heb een pak minder ervaring dan alle andere profs, ook qua functioneren in een team. Dus verwacht niet dat ik de wijsheid in pacht heb. lk ben nog lang niet ‘fucking smart enough’ op de fiets. Je zou aan mijn ploegmaats moeten vragen hoe ik als leider ben. lk ben iemand die ervoor gaat, die wil koersen en die er steeds het maximale uit wil halen zowel bij mezelf als bij de rest van het team. lk hoop en denk dat ik dat enthousiasme wel overbreng.”

Waar zal het verschil gemaakt worden in deze Ronde van Italië?
“Het zal een erg zware Giro zijn. Zoals elke grote ronde, zeker? Er staan heel wat lange etappes op het programma meer dan negen ritten zijn langer dan 200 kilometer! Dat is veel. Iedereen kent Italië: de aankomsten bergop zijn zeer steil en lopen over smalle wegen. Je moet voortdurend alert zijn. Het wordt een stevige uitdaging.”

Jullie krijgen drie tijdritten voorgeschoteld. Zal daar de beslissing vallen?
“Elke dag kan de beslissing vallen. Het wordt dan ook zaak om drie weken lang top te zijn. Zelfs in een vlakke rit kan je de Giro verliezen. Daar moet je je als renner voortdurend bewust van zijn. En inderdaad: ook in de tijdritten kan je cruciale tijd winnen of verliezen. lk kan er niet meteen een sleutelrit uitpikken, maar zoals zo vaak wordt de derde week cruciaal.

In die races tegen de klok kan jij toch tijd winnen op pakweg Nibali of Lopez? Wat dan weer maakt dat je de kat uit de boom kan kijken wanneer het bergop gaat …
“Ja, dat besef ik, maar Tom Dumoulin rijdt ook snel tegen de klok. En renners als Nibali of Lopez kunnen op hun beurt op andere momenten toeslaan. Er staan veel grote rivalen aan de start: Simon Yates, Tom Dumoulin, Nibali, Lopez, Bernal, Landa … Het zal een gevecht tot het bittere eind worden. Kijk naar vorig jaar: de Giro werd toen ook pas in de negentiende rit beslist, door de spectaculaire aanval van Froome en de inzinking van Simon Yates. Nu staat er een tijdrit geprogrammeerd op de slotdag, dus dat zal speciaal worden. Misschien valt de beslissing pas na een secondespel in Verona”, voorspelt hij.